De massaproductie.
Tegen het midden van de jaren 20 start Fiat met de serieproductie,
wat de enige manier is om de kostprijs van de wagens
te drukken. In 1934 en 1936 ontstaan twee modellen bestemd
voor de massadistributie : de "Balilla", gekend
voor zijn zuinig verbruik en de "Topolino",
de kleinste auto ter wereld, die tot 1955 gebouwd zal
worden. Na de Tweede Wereldoorlog maakt Fiat een frisse
start en lanceert zich resoluut in de richting van het
onderzoek en de innovatie (verwarming en ventilatie
bijvoorbeeld).
De economische boom.
In 1955 wordt de Fiat 600 gelanceerd en in 1957 start
de productie van de nieuwe Fiat 500. De economische
groei gaat verder en alsmaar meer mensen hebben een
auto die een alledaags gebruiksvoorwerp wordt. Na de
Fiat 850, is er de Fiat 127, de eerste Fiat met voorwielaandrijving.
Van 1980 tot de jaren '90…
1980 : ontstaan van de Panda. 1982 : begin van de Uno,
in 1989 gevolgd door de Fiat Tipo, verkozen tot "
Auto van het Jaar ". In 1993 doet de Fiat Punto
zich ook opmerken, zoals de Fiat Coupé. Met de
Fiat Ulysse vindt Fiat in 1994 ook haar plaats in de
sector van de monovolumes.
Om een vooraanstaande plaats in te nemen
in een zeer competitieve omgeving, wil Fiat een innoverend
merk zijn dat, met het behoud van evenwichtige prijzen,
avant-gardistische technologische oplossingen voorstelt.
1998 is het jaar van de Fiat Seicento,
ideale stadswagen, en de Multipla met een buitengewone
flexibiliteit en veelzijdigheid.
Vanaf 2000
Stilo in 2001, restyling van de Multipla, intrede van
de nieuwe Fiat Ulysse en de Fiat Stilo Multi Wagon in
2002, commercialisering van de nieuwe Punto, uitgerust
met een innoverende 1.3 MultiJet 16v motor in 2003,
lancering van de nieuwe Panda, verkozen tot " Auto
van het Jaar 2004 " en ontstaan van de Idea. De
laatste opmerkelijke nieuwigheden tonen aan dat Fiat
meer dan ooit een dynamisch, populair en toekomstgericht
merk wil zijn.